e-mail van ivo dittmar aan hans 2006

Onderstaand de inhoud van een e-mail van Ivo Dittmar aan Hans.

Hans schrijft :

Zo kom je nog eens wat tegen bij het doorlopen van je computer. Een bericht uit mijn digibetentijd ( die overigens nog niet helemaal achter mij ligt !), maar met toch wel wat aardige nieuwe inzichten.

Groeten, Hans W.
—– Original Message —–
From: <anndi@johnabbott.qc.ca>
To: <willers149@planet.nl>
Sent: Sunday, May 28, 2006 12:10 AM
Subject: Fwd: Football Pictures

Het Alloysius College had in de eerste jaren van mijn schooltijd ( ’63
en ’64) een betonnen tennisbaantje dat vlak naast de ‘cour’ lag. Omgeven
met hoge hekken, een opening in the kippengaas was de goal aan de ene kant,
een ijzeren deur frame het doel aan de andere kant. Er werd alleen maar
met een tennisballetje gevoetbald. Ik heb daar techniek aangeleerd. Mijn
‘master’ was Jacques Keizer. Hij was een kunstemaker met dat balletje.
Als hij er was voelde je dat er goed gevoetbald ging worden. Als je met hem
samen kon spelen, dan werd je zelf gewoon een betere speler.

Ik heb een aantal seizoenen voor Graaf Willem gespeeld gedurend die
jaren.
Het elftal dat me het best herinneren kan was vol met goede spelers. De
gebroeders Bunnick bijvoorbeeld. Cees was een echte rechtbuiten. Hij
gleed bij wijze van spreken langs die flank. Als je maar een goede bal kon
afgeven was ie levensgevaarlijk. Ton was een keiharde verdediger. Een
soort THEO LAZEROMS (Feyenoord) Als je dacht dat je zo even langs hem
heen kon lopen dan kon je dat beter heel gauw vergeten, want hij had je dan
allang begraven. Ik herinner me dat Ton een van de beste uithoudingsvermogen had van het hele elftal, ook al rookte hij zich toen al te pletter. Frans Bolsius was the captain. Armen wat omhoog geheven,Frans was the ‘rock’ op die achterste lijn. Hij gaf zijn instruction in
langzame, maar heel duidelijke taal naar de spelers toe. Andere spelers
van dat elftal wiens naam ik me nog kan herinneren waren Charles ten
Hengel, Henk van Santen, Marcel Mulders, Klaus Koch, Paul van Vught
(niet zeker) Richard Middeldorp. (2de photo in the attachment)

De Heraut zowel als the AC krantje zijn voor mij banden met het
verleden. Ik lees de articles met genoegen iedere keer. Het leukste is wanneer er
special verhalen worden verteld waarin namen van spelers in voorkomen
waar je mee samen gespeeld hebt. Een naam die in een aantal uitgaven
herhaaldelijk voorkwam was die van Harry van Luxemburg. Ik begon daar
over te peinzen alsof er iets was wat niet goed klopte. De eerste van
Luxemburg die ik leerde kennen was Helen, Harry’s knappe tweeling zusje. Ik heb
nooit goed begrepen dat twee zulke vershillende mensen een tweeling konden
zijn.
Na een tijdje die artikels gelezen te hebben had ik het. Ik heb nooit
geweten dat Harry kon voetballen! Hele aardige jongen, grootse babbel,
kon je goed mee lachen, maar voetballen?
Aan de vooravond van het wereld kampioenschap kan ik u alleen nog maar
een fijne 4 weken toewensen. Ik zal met mijn oranje voetbal sjaaltje ons
land hier aanmoedigen. Ik hoop dat ze het goed zullen doen, vooral voor
Marco.
Het spijt me dat ik er 10 Juni niet bij kan zijn. Mijn vrouw en ik waren
in Holland eind April. Hopelijk de volgende keer. ik zou best nog well eens
een keer een balletje met jullie gasten willen trappen. Ik speel nog
steeds. Hier in Montreal spelen we s’winters binnen, zomers buiten. It’s
in my blood, If one day I’ll drop dead on the field after scoring a goal,
what better way to go!
>
> “Met vriendelijke groet”,
>
> Cheers,
>
> Ivo Dittmar.
>
> PS De photos zullen er groot uitkomen. Je kunt ze wat kleiner maken als
je ze wilt gebruiken. Laat AUB even weten of ze goed doorkomen.

black and white

color

Frans : ik ben niet zeker van alle namen op deze kleurenfoto , kan jij corrigeren ? Was dit DHBRK ?

Knielend : Charles ten Hengel, Paul Leyh , Klaus Koch, Henk van Santen, Gerard Noordman, Paul Serraris

Staand: Ton Bunnik, Frans Bolsius, Kees Bunnik, Erik van Rossum, Richard Middeldorp, Ivo Dittmar, Marcel Mulders

Heraut

FridayGolfDay Stukje uit de Heraut 2005

Memories van Harry van Luxemburg, Rob Willers en Ton Bunnik.

De juniorenperiode van Harry van Luxemburg  Harry

Mei 2005,  Eddy van Dijk (HBS vriend) Rob Willers, Ton Bunnik en Harry van Luxemburg zijn voor de 35e keer met elkaar op stap om zogenaamd te vissen. Zonder welke inspanning onzerzijds dan ook laten wij de vis in het restaurant rechtstreeks op ons bord serveren.  Elke 5 jaar een wat verdere bestemming met de duur van een week. Dit jaar treft Ierland het. Vier knappe gasten die bereid zijn het nodige te spenderen en Ierland van de meest fraaie gezangen te voorzien. Onder het genot van een ranja (Rob) en de nodige ( te veel, dus Ton) whiskeys worden ook oude verhalen opgehaald. Uiteraard passeert Graaf Willem regelmatig de revue.

Zo ook deze jeugdmijmeringen;

Mei 1962, felle discussie tussen vader Harry en zoon Harry. : ‘ jij gaat voetballen op Graaf –Willem, behalve dat mijn vader (opa) daar lid was en ik samen met mijn broers in het 1e heb gespeeld, is die club bovenal katholiek”.

:” maar pap ik train al een jaar samen met Rob Nas bij HVVen hij mag wel”. : “Niets mee te maken”.

De keuze was achteraf perfect, maar mijn verlies heb ik nog steeds niet verwerkt. Vriendje Rob Nas bevrijdde zich enige jaren later van die kakkers van het Benoordenhout. Vooruit, hij werd later redacteur van de Ridder, maar op HVV hebben zij hem nooit leren voetballen.

Mijn start was in het 12junioren elftal (pupillen waren er destijds nog niet) Onder de bezielende leiding van Jim Muizelaar en zijn toen al lawaaiige, acterende zoon, die uiteraard aanvoerder was, wisten wij aan het einde van het seizoen zowaar drie hele punten te vergaren. Precies, drie gelijke spelen, de rest dik verlies. Bij een van die gelijke spelen (vandaar, waarschijnlijk, dat punt) stond ik reserve. De enige keer dat ik op Graaf Willem heb gehuild. De opvang  van paps Muizelaar was van dien aard dat hij de enige man in mijn leven is geweest die ik hartstochtelijk tot aan zijn dood bij elke ontmoeting heb geknuffeld. Ik mis nog steeds zijn mannelijke met port doordrenkte geur. Samen met Rob en Ton een slaapkamer delen (zeer erotisch) haalt het daar niet bij.

Ik stoomde het jaar daarop rechtstreeks door naar het 11e elftal. Papa van Rossum, vader van elftalgenoot Erik, was onze leider. Deze, niet door de ballotagekeuring van HVV komende coach en daarmee wetende wat verlies betekende, heeft mij voor het leven gevormd. Hij coachte ons naar 2 hele winstpunten. Kortom, na 2 jaar Graaf Willem had ik nog nooit gewonnen. Elke huidige tegenslag pareer ik nu met speels gemak. Ik weet niet of pa van Rossum nog leeft, maar in ieder geval met terugwerkende kracht, dank, dank en nog eens dank.

Stoomde ik al zomaar het 11e in, het jaar daarop hoorde ik bij de 10 besten van de B2. In die tijd waren er toch mooi 2 B elftallen. Piet de Kok was daar mijn leider. Naar zijn zeggen heeft hij mij klaargestoomd voor mijn latere carrière in het 1e. Als ik mij toen gerealiseerd had dat Piet slechts een B-speler was, dan had ik nooit naar hem geluisterd en waarschijnlijk nooit het 1e elftal gehaald. Piet, jongen, waar een waardeloze speler toch groots in kan zijn. Ook jij bedankt!

Augustus 1966. Mijn broer komt terug van Graaf Willem. Een voetballer (Frits) die altijd van het voetbalveld thuis  kwam met schone kleren (wat een eikel) zei. : “ Har je staat in de A1”. Als die 4 jaar oudere broer mij al niet in elkaar sloeg (genade zeggen, weigerde ik) dan belazerde hij mij. Ik geloofde hem niet en spurtte met mijn fietsje door het Clingendaelse bos naar Graaf Willem. Op ons enig clubhuis, een lemen hut waar uncle Tom zijn neus voor zou ophalen, hingen de opstellingen van alle elftallen voor het nieuwe seizoen. Ik ontdekte op de lijst niet één vriend, maar ondanks dat werd ik bevangen met een euforisch gevoel. Van B2 naar A1.

Dit gevoel werd versterkt door het gesprek tussen Reinier Trip en Peter Castenmiller dat gevoerd werd binnen de lemen hut, maar dat gemakkelijk af te luisteren was. Reinier zei tegen Peter: “wel een lul die Harry, maar je moet hem wel drie keer passeren en dan ben je er nog niet langs”. Alleen het laatste deel van de zin maakte ik mijn deel. Naar huis gevlogen om mijn vader te laten delen in mijn geluk.

Niet kunnen bedenken dat elftalgenoot Hans Willers later een van mijn vrienden zou worden. Slechts vijf minuten voor de wedstrijd kwam hij met zijn solex (triest, een beetje vent had een Puch) al bij temperaturen tussen 10 en 16 graden in elkaar gedoken van de kou aantuffen, wetende dat hij als keeper toch in de basis zou staan. Zijn blote lichaam heb ik pas jaren later mogen bewonderen. Elk kledingstuk dat hij uittrok werd onmiddellijk vervangen door een warmer onderdeel van zijn keeperstenue. Kortom, mijn type was het niet.

Als enige van dit elftal had ik niet de leeftijd om mee te gaan naar de senioren en zo werd Niek Schepman voor het tweede jaar in de A1 mijn coach. Niek was zelf een goede voetballer met duidelijk verstand van zaken. Maar omgaan met die pokken jongens was andere koek. Vanwege een te grote mond werd ik door Niek al binnen drie maanden afgezet als aanvoerder. Niek zocht meer een meeprater, een softy, iemand die zich conformeerde aan al zijn standpunten. Frans Bolsius werd de nieuwe aanvoerder. Precies binnen de volgende drie maanden kreeg ook Frans zijn congé. Henk van Santen kreeg toen de nog twijfelachtige eer. Overigens, geen familie van Joke (Paul Vos) en Mieke (Richard Middeldorp) anders had hij natuurlijk binnen een dag zijn biezen kunnen pakken.

Per saldo, een fantastische jeugd op een fantastische club en dan te bedenken dat mijn mooiste jaren op

Graaf  Willem nog komende waren.

De seniorenperiode van  Rob Willers Rob

De senioren periode is voor mij bij de Graaf niet zo lang. Tot en met het seizoen 1978/1979 en het begon voor mij in het seizoen 1971/1972. Een jaar of zes,zeven dus. Cor is als trainer prominent aanwezig in die periode met daarnaast Ton lobel. Het begon voor mij met de herinnering die in Ierland weer terug kwam. Wij zagen een paar palen met lampen erop en associeerden dat met het onder licht gaan trainen bij de Graaf. Ik meen me te herinneren dat kunstlicht een eis van Cor was om te komen trainen. Was het niet Jos Eijsackers die de lampen moest vervangen als ze kapot waren?. ( Pierre en de Chief -bestuur!  zullen dat wel zo hebben geregeld) Het was de tijd dat we nog één keer per week trainden maar er steeds meer geluiden waren om dat twee keer te gaan doen. Maar ja met zovele studenten bleek dat toch niet haalbaar. Fanatieke trainingen, we speelden al die tijd in de vierde klas, met geregeld een Cooper test, waar Titus, Richard, Gertje en ikzelf meestal de kopgroep vormden en Hans en Frans B. de rijen sloten. Verzamelen bij de mensen thuis waarbij Cor altijd om enige stilte vroeg wanneer hij de voorbereiding wilde beginnen. ( Soesjes bij de familie Willers) Het was ook de tijd dat er m.i. meer sprake was van enige taktiek en strategie; het spelen in de “ruit”en de “puntzak” van Ton L. en “erover heen komen, inzakken en doorschuiven”  werd steeds vaker gehoord. Het verzoek uit de groep om een keer in een “parallellepipedum ” te spelen werd niet begrepen door Lobel en ook niet echt gewaardeerd. De analyses na de training van donderdag waren ook een feest; Jacques Keizer meestal op de freezer, sigaretje erbij, Titus met zijn clowneske gedragingen en de groep met zijn stekelige en humoristische opmerkingen. Geen makkelijk stelletje om te “leiden”. 1971 was overigens het jaar dat we volgens mij promoveerden; ik zat er toen nog niet echt bij, maar Ton en Harry natuurlijk wel. Mooi verhaal is dat Ton Dullaart min of meer Cor heeft “gehaald” en juist in die beslissende tweede wedstrijd door Cor werd gepasseerd voor Harry. Dat Harry dat gevoel ook nog eens mocht voelen; de enige keer dat hij ooit iemand heeft gepasseerd, volgens mij. De graaf won die gedenkwaardige wedstrijd met 1-0 door een goal van Joop van der Lugt en ging weer naar de vierde klasse. Amateuristisch in mijn herinnering was de warming up voor een wedstrijd; niet in mooie rijtjes en volgens een vast programma, maar rommelig met overal een groepje, schietend op het doel ( Louk: “er gaat geen een in”), een beetje hooghouden met een balletje, wat kletsen met het publiek. Wat een verschil met nu! De derby’s met Wassenaar waren altijd spannend en fel; zij hadden een speler met felrood haar ( naam ben ik vergeten, weet Hans nog wel). Hans van Leeuwen  als grensrechter jarenlang !. Een leider voor het team hadden we niet echt; tegenwoordig zie je dat meer. De verstandhouding met Oranjeplein was ook een bijzondere; het “vullis”van de schilderswijk mocht die “studentjes” wel en dat leidde altijd tot leuke wedstrijden en even zo leuke tijden erna in de kantine. ( van Spronsen, Langerak, Nieuwenburg, Houwaart, dat soort namen) Ook de beide voorzitters konden ( van Aken heette dacht ik die van Oranjeplein) het goed vinden. Van de verzorgers kan ik me niet veel herinneren; eerst deed Cor het volgens mij zelf. masseren e.d. was er nog niet bij. Een beetje rekken en strekken, zoals nu nog altijd in Engeland gebeurt dat was het ongeveer. Veel spelers hadden een bijnaam ( Thijs Glorieus, Otto, scheermes, Rooie of de wipper, de worst, Christus) en ieder had natuurlijk zijn kwaliteiten en bijzonderheden. Zo kon Titus sterven bij de cornervlag en wanneer Cor dat eind was gerend naar de gewonde stond hij meestal doodleuk weer op met “niks aan de hand”. Legendarisch is ook ( ik heb er niet mee gespeeld) dat Paul Castenmiller op zijn 24ste stopte, omdat hij het mooi genoeg vond. ( ik ben al wat ouder”) Hans Vos ( goede en complete voetballer!) was altijd zeer nerveus voor  de wedstrijd; hij was dan ook geregeld op het toilet te vinden. We stonden in die tijd bekend als een goede ploeg met ups en downs; als het nodig was dan haalde we de puntjes wel, maar we hielden het nooit vol om wat langer bovenin mee te draaien. De voetballers hadden we er wel voor maar niet de mentaliteit.Moeilijk hadden we het altijd bij ploegen als Bernardus en MMO, knollen velden met tegenstanders met “rioolpijpen” (vrij naar Cor de Jong) als bovenbenen. De kleding is ook een hoofdstuk apart; niemand bekommerde zich om wat we aanhadden, het was allemaal verschillend ( Miel met ultra lange broek), alleen Jacques vond het belangrijk dat de shirtjes getailleerd waren. Als Jacques  de mooiste kansen miste en daar commentaar op kreeg zei hij altijd: “Ik heb hem toch zelf gecreeerd”.

De Graaf Willem periode van Ton Bunnik Ton

De jeugdperiode is voor mij : Richard Middeldorp, veel doelpunten , Niek Schepman (ontzettend aardige en gedreven leider) en kampioen worden met de A1. Twee wedstrijden spelen in het weekend.

De seniorentijd beslaat voornamelijk het eerste elftal waarbij men blijft zeggen dat ik mijn voetbaltalenten tot het einde toe verborgen heb weten te houden. Dit is natuurlijk je reinste zottenpraat want wie heeft er niet genoten van het ragfijne spel op de linkerflank ?. De razendsnelle korte sprint.  Het iets opwippen van de bal (tegenwoordig ‘liften’geheten) over het been van een ordinaire rechtsbuiten. Het bijna arrogante samenspel met  Hans Willers. Het leidde zeker niet altijd tot een overwinning, maar de voldoening van de complete vernedering van de tegenstander telt zwaarder. Sterven is vervelend maar je waardigheid verliezen is veel erger. In dat kader is het beter om bij een 0-4 achterstand en nog 10 minuten op de klok gewoon Gallery play in te zetten in plaats van te proberen een zielige 1-4 mee naar huis te nemen.

Buiten het veld is het natuurlijk eveneens mogelijk om de tegenstander te imponeren. Ik weet dat Hans Vos zijn kleding selecteerde op de tegenstander. Was het HVV ,dan werd de golfbroek uit de kast gehaald alsmede een nieuw overhemd waar vaak de spelden en vouwen nog in zaten. ODB (Alberdastraat, kapotte bierflesjes bij de ingang) werd een spijkerbroek en een trui met een zware geneverlucht. Alleen Dick van Diemen  en Miel waren altijd tadeloos gekleed.

Is het uiterlijk van een voetballer belangrijk ?. In mijn ogen niet, tenzij je bij een vereniging wordt aangezien voor een speler van Westlandia. Ik meen dat Harry dit een keer is overkomen. Dit is natuurlijk ernstig en in dit specifieke geval niet oplosbaar.

Jim Muizelaar herinner ik mij inderdaad als een Godfather met life style en zoon Titus  was toch wel een hele grappige figuur met een scherp opmerkingsvermogen. Waar anderen na de wedstrijd hun toevlucht namen tot broodjes bal of andere rotzooi wist Titus bij DUNO een literair juweeltje van de wand te plukken, namelijk de spreuk “Onthoud altijd dít, u is en blijft DUNO-lid !”. De clubnaam Valkeniers (Aad de Mos) werd door Titus steevast in het Frans uitgesproken (Valkenjee dus). Ook werd er vaak gepokerd met Miel,Louk en Titus. Een ‘Frans Hals’ of ‘Sweelinck’ werd op tafel gelegd. Het ging hier resp. om een tientje en een briefje van vijfentwintig. Toen een stevige inzet, nu met de euro een slap partijtje.

Naar analogie van “De grootste Nederlander” zou je ook kunnen denken aan “De grootste Graaf Willem-er aller tijden”. Lastig want iedere tijd heeft zijn coryfeen en het slaat daarom natuurlijk nergens op. Maar toch, het is ….

Cor de Jong . Cor was een katalysator , een man die respect afdwong. Sommige mensen hebben dat gewoon. Ik wil niet veel zeggen maar Cor de Jong heeft de zeventiger jaren bij Graaf Willem een ongekende impuls gegeven.

Sexuele gedragscode : “Liever niet vóór de wedstrijd, maar als je toch al begonnen bent dan maar liever afmaken”.  Ook had Cor een papegaai, die zijn gierende lach feilloos kon imiteren. Komische taferelen als Roelie telefonisch door gaf dat Cor niet thuis was en je dan die papegaai op de achtergrond hoorde lachen.

Gedenkwaardig zijn de etentjes met Cor bij de Chinees op zondag na de wedstrijd. De volgende dag zat je met de bami in je sokken op je werk, als je daar überhaupt al was aangekomen. Ik weet niet meer helemaal zeker of Frans Veldhuis daar zijn bijnaam “de Chinees” heeft opgelopen of dat zijn regelmatige afhaalgedrag daaraan ten grondslag lag.